Lesmateriaal Ollie Trollie en Mannetje Lampenkap

Deze informatie en opdrachten zijn voor scholen gemaakt als aanvulling op de voorstelling 'Ollie Trollie en Mannetje Lampenkap'. Hoeft niet, maar mag wel! Het is natuurlijk mogelijk om enkele opdrachten naar smaak uit te kiezen.
De opdrachten tot opdracht 5 zijn bedoeld om vooraf aan de voorstelling uit te voeren, de opdrachten vanaf opdracht 5 voor na de voorstelling.  

Veel plezier!

Over de voorstelling
Recensie leerkrachten onderbouw KC De Matrix te Engelen:
'Mooie poppen, herkenbare thema's voor kinderen, veel te zien, kinderen zijn betrokken en mogen lekker schateren, ook leuk voor volwassenen...'  

Deze mensen hebben de voorstelling gemaakt:
Verhaal, poppen en spel: Charlotte de Lange
Regie: John de Winter  
Muziek: Gertjan Pasveer 
Illustraties in het prentenboek: Colinde van Dal  

Het verhaal
Ollie Trollie komt graag bij zijn lieve oma Hillie Trol en vraagt haar iedere keer het verhaal over Mannetje Lampenkap voor te lezen. Over Mannetje Lampenkap die op een dag alle lampjes pikte. 'Bestaat hij echt?' vraagt Ollie. En dan verdwijnt het lampje van oma. Kan zij Ollie nu nooit meer voorlezen? Ollie gaat op zoek. Op zoek naar het verdwenen lampje en... Mannetje Lampenkap.

Ollie Trollie en oma Hillie Trol zijn trollen. In veel verhalen zijn trollen gemene, grote en domme wezens. Ollie en oma zijn zeker niet gemeen en dom maar lief, slim en grappig. Ollie maakt onderweg leuke nieuwe vrienden.

Thema's
gevoelens
tegenstellingen
sprookjes, verhalen en boeken
maan en sterren
zee
mensen en dieren
familie, oma
vriendschap en liefde
vliegen
reizen
avonturen

Samenvatting opdrachten 

1.1 Praten over vleermuizen
Nodig: -
Waar: klas/kring

1.2 Vleermuis knutselen
Nodig: Zwart karton, leeg wc rolletje, andere kleuren papier of stiften of verf
Waar: klas
Kerndoel 54*

1.3 Gehoor vleermuis nadoen.
Nodig: -
Waar: speelzaal/klas/kring
Kerndoel 54*

2.1 Praten over licht.
Nodig: -
Waar: klas/kring

2.2 Praten over bang zijn.
Nodig: -
Waar: klas/kring

3.1 Praten over poppentheater
Nodig: pc met internet
Waar: klas/kring
Kerndoel 56*

3.2 Praten over kijken naar een voorstelling
Nodig: pc met internet
Waar: klas/kring

4 Liedjes meezingen
Nodig: pc met internet
Waar: klas/kring
Kerndoel 54*

Opdrachten voor na de voorstelling

5.1 Praten over gevoelens.
Nodig: -
Waar: klas/kring

5.2 Vragen over gevoelens in voorstelling
Nodig: -
Waar: klas/kring
Kerndoel 55*

5.3 Dramaspel over gevoel
Nodig: -
Waar: klas/kring
Kerndoel 54*

6.1 Vragen over tegenstellingen in de voorstelling
Nodig: -
Waar: klas/kring
Kerndoel 55*

6.2 Tegenstellingen zien
Nodig: voor ieder leerling een knuffel of (hand)pop van thuis of school.
Waar: klas/kring

6.3 Poppenspel over tegenstellingen
Nodig: voor ieder leerling een knuffel of (hand)pop van thuis of school
Waar: klas/kring
Kerndoel 54*


kerndoel 54
De leerlingen leren beelden, muziek, taal, spel en beweging te gebruiken, om er gevoelens en ervaringen mee uit te drukken en om er mee te communiceren.

kerndoel 55
De leerlingen leren op eigen werk en dat van anderen te reflecteren.

kerndoel 56
De leerlingen verwerven enige kennis over en krijgen waardering voor aspecten van cultureel erfgoed.

Opdrachten vooraf aan de voorstelling

Opdracht 1
Onderweg ontmoet Ollie een vleermuis, vleermuis Vlerk.

Opdracht 1.1
Wat is een vleermuis en wat doet een vleermuis?

Mogelijke antwoorden:
Een vleermuis kan vliegen als een vogel maar is een zoogdier. 
De vleermuis heeft een vacht en tanden.
Als vleermuizen niet vliegen, hangen ze aan hun achterpoten met opgevouwen vleugels. Zo slapen ze ook.
Het zijn nachtdieren. Ze kunnen niet goed zien maar wel goed horen. En ze kunnen geluiden maken die terugkaatsen van bijvoorbeeld bomen zodat zij niet botsen tijdens het vliegen.
Vleermuizen eten insecten. In de winter doen zij een winterslaap.

Opdracht 1.2

Maak je eigen vleermuis van papier en een leeg wc rolletje

Duw het rolletje bovenaan aan beide kanten een beetje in. 
Teken de vleugels van de volgende bladzijde met geel of wit krijt na op een zwart papier en knip uit.
Verf het rolletje paars en teken en teken of plak er oogjes en een mond op.
Vleugels op de achterkant plakken en klaar.

Opdracht 1.3
Vleermuis nadoen.
Ga met z’n allen in een kring staan.
Iedereen is muisstil.

Een leerling staat geblinddoekt in het midden en wordt even rondgedraaid door de groepsleiding. Hij of zij loopt langzaam een kant op. Als hij of zij naar een ander leerling loopt, begint die leerling zachtjes te piepen, hoe dichterbij hoe harder het gepiep. Zo loopt de leerling in het midden een paar kanten op om te voelen hoe het is om een vleermuis te zijn en niet te zien maar te horen waar je naar toe gaat.  

Opdracht 2
Ollie is bang voor licht. Hij durft het lampje van oma niet aan te doen. 

Opdracht 2.1
Een lamp geeft licht. Wat geeft allemaal nog meer licht?

Opdracht 2.2
Ollie is bang voor licht. Mannetje Lampenkap is bang voor het donker. Bijna iedereen is bang voor iets.
Wie durft te vertellen waar hij of zij wel eens bang voor is?
Waar is de groepsleiding bang voor?
Wat stoer om te vertellen!

Opdracht 3
Over een poppentheatervoorstelling.

Dit verhaal wordt verteld door poppentheater De Vliegende Koffer. Voor deze voorstelling heeft Charlotte de Lange van De Vliegende Koffer grote poppen gemaakt en met deze poppen laat zij het verhaal zien. Je kunt haar altijd zien spelen, want zij verstopt zich niet en speelt mee in het verhaal. 

Opdracht 3.1
Vragen over poppentheater.
Weten jullie wat poppentheater is?
Hebben jullie wel eens poppentheater gezien? 
Er zijn heel veel soorten poppentheater: bijvoorbeeld poppenkast, marionetten, schimmentheater.
Kennen jullie Bert en Ernie of Kermit de kikker? Of de sprookjesboomfiguren van de Efteling? Dat is ook poppentheater.
Wordt er wel eens poppenspel op school gedaan?

Opdracht 3.2
Vragen over het kijken naar een voorstelling.

Jullie komen fijn naar de voorstelling van Ollie Trollie en Mannetje Lampenkap kijken. 
Wie is er wel eens naar een voorstelling geweest?

Hoe gedraag je je tijdens een voorstelling?

Het publiek is erg belangrijk tijdens een voorstelling. Je mag lachen om iets grappigs, griezelen bij iets engs of schrikken bij iets onverwachts. Meeleven en meevoelen met wat er op het toneel gebeurt is prima en leuk. Maar het is vervelend voor de poppenspeler en voor de andere leerlingen als je tijdens de voorstelling dingen doet die de voorstelling storen: kletsen, lawaai maken, eten, opstaan. Je mag natuurlijk wel reageren als de poppenspeler iets vraagt.

Jullie groepsleiding kijkt met jullie mee. Als je het spannend vindt ga je dicht bij hem of haar zitten.

Een leuk filmpje om de groepen voor te bereiden op het theater is: “Welkom in het Theater” https://vimeo.com/41408836
Veel uit dit filmpje is ook handig om te weten als het theater naar school komt.

De liedjes

Opdracht 4
Deze liedjes kunnen jullie tijdens of na de voorstelling meezingen. 

Tri tra trol
(Ik) ben zo blij want ik ben een trol
Wonen doe ik in een hol
Naast konijnen en een mol
echt een blije tri tra trol

Ik ben zo blij want ik ben een trol
Eet soep van een venkelknol
en dan is mijn buikje vol
echt een blije tri tra trol

Ik ben zo blij want ik ben een trol
Zingen doe ik voor de lol
Ga ik lekker uit mijn bol
echt een blije tri tra trol

Tri tra trol 
tri tra trol
tri tra tri tra tri tra trol

tri tra trol 
tri tra trol
tri tra tri tra tri tra trol

Nergens een lichtje
's nachts is het donker
en zie je sterren staan 
nergens brandt een lichtje 
alleen t schijnen van de maan 

voel je je verdrietig
kijk dan naar de maan 
dan ben ik altijd bij je 
waar je ook zult gaan, ook zult gaan 

Super Vleermuis
Ik ben een super super super super vleermuis
Een echte super super super super vleermuis
Ik ben een super super super super vleermuis
Een echte super super super super vleermuis
Ik vlieg naar links, naar rechts
Ik ben een super super super super vleermuis  

Glitter Glimworm
Ik zing en ik dans en ik schitter 
ik glim en ik glans en ik glitter
ik zing en ik dans en ik schitter
ik glim en ik glans en ik glitter

zie mijn lichtje schijnen
niet de jouwe 
maar de mijne
Ik ben glitter

Kapitein Blauwbaard
Varen varen varen varen varen over de baren 
varen varen varen varen varen alle jaren

over de zee 
blauw is de zee
blauw zijn ook mijn haren 

blauw is mijn baard
blauw is de lucht 
ik wil lekker varen

varen varen varen varen varen over de baren 
varen varen varen varen varen alle jaren

Opdrachten voor na de voorstelling

Opdracht 5
Weten jullie welke emoties, gevoelens er zijn, hoe jij je kunt voelen?

Voorbeelden gevoelens:
blij
bang
verdrietig
boos
verlegen
trots
verbaasd

Opdracht 5.1
Gevoelens raden. 

Hoe voelde Ollie zich als oma hem vraagt om haar lampje aan te doen?
Hoe voelde oma Hillie Trol zich als ze ziet dat haar lampje weg is?
Hoe voelde vleermuis Vlerk zich als hij in de boom hangt?
Hoe voelt Ollie zich na de zoen van Glitter Glimworm?
Hoe voelt Ollie zich bij Mannetje Lampenkap als de lampjes zijn uitgegaan? 

Opdracht 5.2
Een leerling beeldt een gevoel uit. De andere leerlingen raden het gevoel.
Als het gevoel geraden is doen alle leerlingen het gevoel na. 
Doe het gevoel een beetje na, zacht en klein?
Doe het gevoel heel erg na, luid en groot? 

Opdracht 6
Keuzevragen over tegenstellingen:
Een tegenstelling is de omgekeerde betekenis van een woord. Het omgekeerde van open is bijvoorbeeld dicht.

Opdracht 6.1 
Vul de juiste keuze in, in allebei de zinnn:

Keuze uit licht en donker

Mannetje Lampenkap is bang voor …
Ollie Trollie is bang voor … 

Keuze uit klein en groot

Kapitein Blauwbaard is …
Ollie Trollie is …  

Keuze uit jong en oud

Oma Hillie Trol is …
Ollie Trollie is … 

Keuze uit hoog en laag

Vleermuis Vlerk woont …
Ollie Trollie woont … 

Opdracht 6.2
Neem allemaal een knuffel of (hand)pop mee van huis.
Ga in een kring zitten.
Kijk naar je eigen pop en naar de andere. Zoek tegenstellingen op tussen jouw pop en die van een ander:

Mens – dier
Groot – klein
Dik – dun
Kaal – vacht
Licht – donker 

Opdracht 6.3
Bij deze oefening kan iedereen in de kring blijven zitten.
De groepsleiding of een leerling doet een beweging met haar pop of knuffel. 
Bijvoorbeeld dat de pop gaat zitten of staan, bewegen of niet, zacht geluid, hard geluid, is bang, blij, boos, verdrietig, kijkt naar links of rechts, vliegt, zwemt, van alles kan.
De poppen van de andere leerlingen mogen het nadoen.
Dan mag een andere leerling proberen het tegenovergestelde te doen. 
De poppen van de andere leerlingen mogen dit ook nadoen.

Willen jullie het verhaal nog een keer horen en zien, als filmpje of als prentenboek? 
Klik hier.